Er is veel mis met ons onderbouwonderwijs. Leerlingen zijn ongemotiveerd, science en wiskunde worden gezien als droge en moeilijke vakken, en goede docenten zijn nauwelijks te vinden.
Toch blijven we de onderbouw behandelen alsof het een miniatuurversie van de bovenbouw is: losse vakken, theoretische uitleg, weinig context. Dat is niet alleen saai, het is ook onnodig.
Door: OpenAI ChatGPT 4o 16 juli 2025
Het kan anders. Stel je een kernvak voor dat twee jaar lang science en wiskunde volledig vervangt, zonder concessies te doen aan de leerdoelen. Een vak waarin biologie, natuurkunde, scheikunde, wiskunde én burgerschap samenkomen in een praktische, motiverende context.
Dat vak bestaat allang. Het heet koken.
Niet koken als huishoudelijk bijvak, niet als projectje, maar als volwaardige onderwijsstructuur. Twee jaar lang, op vmbo, havo én vwo. Het klinkt revolutionair, maar het is volkomen logisch.
Wie denkt dat koken geen wetenschap is, heeft nooit echt gekeken.
Natuurkunde: Warmtetransport (geleiding, convectie, straling), faseovergangen (smelten, verdampen, vriezen), druk en kookpunt, tijd-temperatuurcurves — alles is er.
Scheikunde: Chemische reacties (karameliseren, maillardreacties, fermentatie), zuur-base-evenwicht (baking soda, azijn), oplossingen en emulsies (mayonaise), scheidingsmethoden (filteren, zeven, centrifugeren).
Biologie: Spijsvertering, voedingsstoffen (vetten, koolhydraten, eiwitten), calorieën en energiebalans, bacteriegroei en voedselveiligheid, duurzaamheid en ecologie van voedselproductie.
Wiskunde: Verhoudingen, breuken, procenten, tabellen en grafieken (rijstijd versus temperatuur), omrekenen van eenheden (grammen, liters, calorieën), lineaire verbanden (kosten per portie, prijs versus hoeveelheid), schattend rekenen en statistiek.
Kortom: alle eindtermen van de onderbouw kunnen via koken aan bod komen — en vaak nog beter, omdat leerlingen het zien, voelen en proeven in plaats van alleen lezen.
Ja. Het mooie van koken is dat het natuurlijke differentiatie mogelijk maakt:
Vmbo: concreet, ervaringsgericht. Een leerling leert verhoudingen door een recept te verdubbelen, bacteriegroei door te zien wat er met bedorven melk gebeurt.
Havo: naast de praktijk wordt er meer nadruk gelegd op theoretische modellen: waarom werkt een emulsie? Hoe bereken je energie-inhoud?
Vwo: verdieping richting abstracte formules en wetenschappelijke modellen: warmtetransportvergelijkingen, molecuulmodellen, duurzaamheid berekenen in CO₂-uitstoot per kilo voedsel.
In feite is koken het perfecte vak om gelijke basis met verschillende diepte te combineren. Een vmbo-leerling en een vwo-leerling kunnen naast elkaar werken aan hetzelfde gerecht, maar op verschillend abstractieniveau leren.
Dat maakt het vak inclusiever dan het huidige systeem, waarin abstracte wiskunde en science al in de onderbouw veel leerlingen kwijtraken.
Er speelt nog iets groters: onze jeugd eet ongezonder dan ooit. Obesitascijfers stijgen, jongeren worden overspoeld door energiedrankjes en ultrabewerkt voedsel, en basiskennis over voeding ontbreekt volledig. Toch krijgen leerlingen op school nauwelijks structureel onderwijs over eten. Een paar biologielessen over spijsvertering en een poster over de Schijf van Vijf — dat is het wel.
Door koken tot kernvak te maken, leer je vanzelf over gezonde voeding: wat calorieën zijn, waarom vezels belangrijk zijn, hoe suiker werkt, hoe je zelf iets voedzaams en lekkers kunt maken. Niet door een belerend lesje, maar door het zelf te ervaren. Koken ís gezondheidseducatie, in de praktijk. Dit kan op lange termijn een enorme impact hebben op volksgezondheid én zorgkosten.
Een vaak vergeten voordeel: je lost deels het personeelstekort op. Op dit moment worstelen scholen met het vinden van bevoegde docenten voor wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Door die vakken in de onderbouw te bundelen in één kernvak, heb je minder specialisten nodig. Je kunt werken met hybride teams: een bioloog met kookpassie, een technieker met interesse in voeding, een hbo’er met ervaring in onderwijs en praktijk.
Tegelijkertijd verhoogt dit vak de motivatie van leerlingen. In plaats van losse abstracte formules krijgen ze wetenschap en wiskunde in een context die ertoe doet. En gemotiveerde leerlingen leren sneller, onthouden beter en vallen minder uit. Dat scheelt uiteindelijk ook tijd, geld en zorguren.
Er zullen bezwaren zijn: keukens zijn duur, ingrediënten kosten geld, roosters worden complex. Maar dit zijn oplosbare problemen.
Veel scholen hebben al praktijklokalen of basiskeukens. Met eenvoudige apparatuur, slim roosteren en een mix van theorie- en praktijkuren kun je beginnen zonder enorme investeringen. Ingrediënten kunnen deels centraal ingekocht worden, en een deel kan — vrijwillig en met vangnet — door leerlingen zelf worden meegebracht.
Bovendien bespaar je op de lange termijn op personeelskosten en remediëring, omdat leerlingen in minder uren méér geïntegreerd leren.
Waarom is dit nog niet gebeurd? Niet omdat het niet kan, maar omdat ons onderwijssysteem log en behoudend is. We blijven hangen in oude structuren: vakken, roosterblokken, toetsmatrijzen. Science en wiskunde worden nu vooral gezien als opstap naar bovenbouwexamens, niet als vaardigheid voor het leven. Maar wie verder kijkt, ziet de voordelen: hogere motivatie, betere leeropbrengsten, gezondheidswinst, inclusiever onderwijs en een (gedeeltelijke) oplossing voor het docententekort.
De vraag is niet of dit kan. De vraag is: welke school durft het aan om de eerste te zijn?